

AOM 67 & 68, lijn DV, Dam, 1883
Foto: verzameling Tim Castricum
Amsterdamsche Omnibus Maatschappij - Serie 67-70
Serie: 67-70
Type: Imperiaal - Paardentramrijtuig
Bouwjaar: 1880
Fabrikant wagenbak: Beijnes
Lengte : 5880 mm(wagenbak met balkons)
Lengte : 3800 mm(wagenbak zonder balkons)
Lengte : 1040 mm(balkons)
Breedte: 2030 mm
Breedte: 2000 mm(over de hoekstijlen)
Hoogte:
Radstand: 1740 mm
Wieldiameter: 700 mm
Gewicht :
Aanschafprijs :
Passagiersindeling : 34-12
In de overeenkomst tussen de AOM en Beijnes van 3 oktober 1879 staat over deze rijtuigen dat er plaats zou zijn voor 48 personen, beneden 16, boven 18 en op elk balkon 7, waarschijnlijk inclusief koetsier en conducteur. Voor reizigers zullen er dus 34 zit- en 12 staanplaatsen zijn geweest.
De remblokken zaten aan de binnenkant van de wielen. De wagenbak bezat een imperiaal. Boven was geen gelegenheid om naar de andere kant van de bank te gaan, zodat vanaf het ene balkon met een trap langs de wagenbak de ene zijde van de daklangsbank kon worden bereikt en vanaf het andere balkon de andere. In de wagenbak was zoals gebruikelijk de beide langsbanken tegenover elkaar geplaatst, terwijl bovenop de beide langsbanken ruggelings tegen elkaar geplaatst waren.
In tegenstelling tot een gewone paardentramwagen moest een imperiaalwagen getrokken worden door twee paarden.
De gewone dichte wagens hadden aanvankelijk 16 zitplaatsen( de imperiaalwagens dus 32 zitplaatsen), maar in november 1880 besloot men om gedurende het winterseizoen, van 1 oktober tot 1 mei, als de reizigers dikkere kledij droegen, dit aantal op 14 te brengen. Over het bordje dat melding maakte van de 16 zitplaatsen werd een bordje gehangen dat melding van dat winters gebeuren maakte. Later werd het aantal zitplaatsen bij deze serie definitief op 14 gebracht en aantal staanplaatsen bleef 10, hetgeen verdeeld was in 5 staanplaatsen per balkon. Dit alles betekende dus voor de imperiaalwagens, zoals deze 42, dat de plaatsindeling werd gereduceerd tot 28 zitplaatsen(2x 14) en op een later tijdstip werd dus ook het aantal staanplaatsen conform de dichte normale wagens teruggebracht tot 10.
In de periode 1880-1883 waren de rijtuigen voor iedere lijn in specifieke kleuren geschilderd: bruin/geel, bruin, blauw, geel, groen/zwart, grijs, groen, rood.
Voor zover deze kleuren bekend zijn, worden zij bij de afzonderlijke serie genoemd. Welke kleuren de overige wagens hadden, weten wij niet.
Vanaf 1883 af werden de rijtuigen blauw met bruine panelen. De maatschappijnaam werd voluit op het onderpaneel gezet, eerst met grote letters over de gehele lengte en vervolgens met kleinere letters op drie regels in het midden.
Voor 1880 was men al begonnen langwerpige koersborden opzij op het dak en ronde op de kop van de luifels te plaatsen. In 1883 kwamen er drie kortere borden opzij op het dak en kopborden in per lijn verschillende vorm en kleur.
Van 1888 tot 1894 stonden in plaats van de zijkoersborden reclameborden met de tekst "Van Houten's Cacao de beste - goedkoopste in gebruik"op het dak. Kort na de invoering hiervan kwam er één kort zijkoersbord midden op het bovenpaneel.
De rijtuigen voldeden niet, omdat de imperiaal 's winters onbruikbaar was en dan toch wegens het gewicht twee paarden nodig waren. Van de 69 en 70 werden open rijtuigen gemaakt. Er moet heel wat aan zijn veranderd, zodat er volgens onze begrippen eigenlijk nieuwe rijtuigen werden gebouwd, want het werk kan niet beperkt zijn gebleven tot het verwijderen van de imperiaal en de zijwanden en het vervangen van de langs- door dwarsbanken. De ruimte tussen de balkonschotten moet zijv vergroot en er werden onder de balkons doorlopende framebalken aangebracht. De rijtuigen behielden waarschijnlijk de nummers 69 en 70 en hadden nu 24 zit- en 12 staanplaatsen en werden in 1889 via Beijnes verkocht aan de HlTyM. Uit de notulen van het HlTyM-bestuur is op te maken dat de wijziging in open rijtuig in 1886 plaats had gevonden. Bij de De Haarlemsche Tramweg-Maatschappij (HlTyM) kregen de rijtuigen de nummers 11-12. De wagens kwamen in dienst op de paardentramlijn tussen het Stationsplein en Haarlemmerhout. Van 1889 tot 1892 hebben er reclameborden voor de chocoladefabriek Van Houten op de rijtuigen gestaan. In 1897 werd besloten tot de aanleg van een elektrische bel(in plaats van de tot dan toe gebruikelijke bel, die aan de rand van de luifel hing) in de open rijtuigen, dus ook deze 11 en 12. In 1904 werd het bedrijf voortgezet onder de naam Haarlemsche Tramweg-Maatschappij (HlTgM). De paardentram werd in 1913 opgeheven, nadat de lijn door de NZHTM in een elektrische was veranderd. In 1913 werden vermoedelijk beide of één ervan aan de Tram- en Barge-Vereeniging (TBV) verkocht voor de dienst op de paardentramlijn Utrecht - Jutphaas - Vreeswijk, waar ze voor 1067 mm-spoor werden aangepast. In 1923 werd de autotractie ingevoerd, waarmee ook hier de paardentramrijtuigen buiten dienst gingen en aansluitend in 1923 werden afgevoerd. De TBV-11, 12 en 15 zijn de wagens waarvan er 2 zijn gekocht zijn uit Haarlem. Welke wagens daadwerkelijk zij gekocht is niet duidelijk.
Rijtuig 67 bleef onveranderd en werd in 1895 gesloopt.
Van rijtuig 68 werd in 1889 de imperiaal verwijderd en de bak aan beide einden verlengd, zodat het aantal zitplaatsen met vier voor rokers toenam tot 20. Verder werden, waarschijnlijk een aantal jaren later, de luifels hoger geplaatst. Het aantal staanplaatsen op de balkons werd uiteindelijk op 10 gesteld. De indeling was toen 10+3+14+3+10, ofwel 20-20.

AOM 68, Lijn DH, Haarlemmerplein, 189x.
Foto: verzameling René van Lier.
In 1900 kwam wagen 68 in handen van de Gemeentetram Amsterdam(GTA). Van 1900 af werden op een aantal lijnen geen kopborden meer gebruikt, maar een klapbord dwars midden op het dak. Na 1900 werd het aantal zitplaatsen op de uiteinden voor rokers naar 2 verlaagd, zodat de indeling 10+2+14+2+10 werd, ofwel 18-20.
Bij de Gemeentetram werd de 68 in 1904 in gebruik genomen als elektrische bijwagen. Hierbij kreeg de wagen elektrische verlichting en elektrische schelgeleidingen. Het ging ook om het aanbrengen van elektrische koppelingen, het vervangen van de kettingen op de balkons door afsluithekjes, het aanbrengen van nieuwe treeplanken, het aanbrengen van betaalkleppen in plaats van schuifjes voor het bedienen van de reizigers op het voorbalkon vanuit het middengedeelte van de wagens. De wagen werd hierbij tevens verlengd, zodat er ruimte kwam voor 20 zit- en 18 staanplaatsen, waarbij de wagen tevens werd voorzien van gietijzeren wielen i.p.v. stalen. Vervolgens werd, vermoedelijk in 1905, een solenoïderem aangebracht. In december 1913 werd de bijwagen bij Werkspoor voorzien van een nieuw onderstel en in 1914 werd de wagen vernummerd tot bijwagen 520. Voor het verdere verloop bij deze wagen verwijzen wij u naar het serieblad 51(serie 501-562)
In hun hele loopbaan hebben de wagens 67-70 slechts op een beperkt aantal paardentramlijnen dienst gedaan:
In 1880 kwamen de imperiaalwagens in dienst op lijn DV (Dam - Vondelstraat), die vanuit de remise Stadhouderskade werd geëxploiteerd.
Vanaf 11 mei 1883 verschoven de wagens naar lijn DPC (Dam - P.C. Hooftstraat), die vanuit dezelfde remise werd gereden. Vanwege de Wereldtentoonstelling was op deze lijn massaal vervoer ontstaan, waardoor men met deze grote wagens ging rijden. Tijdens mooi weer werden de 67, 68 en 70 vervangen door de open wagens 72 t/m 74. Op dagen dat die open wagens reden, werden dan vrijkomende imperiaalwagens wel als extra trams ingezet.
Na afloop van de tentoonstelling in oktober 1883 verhuisden de imperiaalwagens naar de lijn DH (Dam - Haarlem Plein), die vanuit de remise Droogbak reed. Door de ligging van de wisselplaatsen kon deze lijn niet frequent rijden, zodat men met grotere eenheden moest werken.
In 1886 reden de 67-70 als dienstwagen 3 t/m 6 op lijn DH, waarbij de 178 en 164 de wagens 68 en 70 bij mooi weer vervingen.
Toen men rond 1888 geleidelijk begon het imperiaalmaterieel af te stoten, kwamen nieuwe grote wagens daarvoor in de plaats, evenals de verbouwde 68.
In de zomer van 1893 was rijtuig 67 als reservewagen ingedeeld op lijn DH en de 68 als derde dienstwagen.
In 1895 ging het grote materieel van deze lijn tijdelijk dienst doen op lijn DW (Dam - Willemspark), die reed vanuit de remise Willemspark, in verband met de tentoonstelling van het hotel- en reiswezen. De 68 en 67 reden toen als dienstwagen 5 resp. 7 op deze lijn. De open wagens 73 en 74 vervingen bij mooi weer dan weer de 68 resp. 67.
Na afloop van die tentoonstelling keerde het merendeel van het grote materieel weer terug naar lijn DH. Jarenlang had men op deze lijn de gewoonte om maandelijks de volgorde van de indeling van het materieel te wijzigen: de eerste en vierde, de tweede en vijfde en ook de derde en zesde wagen verruilden dan van plaats. Na 1895 deden imperiaalwagens bijna geen dienst meer op deze lijn en daarmee viel dus ook het doek voor de 67.
In de zomer van 1900 deed de 68 dienst als dienstwagen 2 op lijn DH.
| Verbouwd tot | Verbouwd tot verlengde | Verbouwd tot verlengde | Laatste inzet | |||||||
| Wagennr. | Aflevering | In Dienst | Op Lijn | open wagen | gewone wagen | elektrische bijwagen | Buiten Dienst | op lijn | Afvoer op | Afvoer naar |
| 67 | - -1880 | - -1880 | DV | --- | --- | --- | -10-1895 | DW | - -1895 | gesloopt door de AOM |
| 68 | - -1880 | - -1880 | DV | --- | - -1889 | - -1904 | -07-1914 | -07-1914 | "Vernummerd tot GTA-aanhangrijtuig 520" | |
| 69 | - -1880 | - -1880 | DV | - -1886 | --- | --- | - -1889 | - -1889 | De Haarlemsche Tramweg-Maatschappij(nr. 11) | |
| 70 | - -1880 | - -1880 | DV | - -1886 | --- | --- | - -1889 | - -1889 | De Haarlemsche Tramweg-Maatschappij(nr. 12) |


