

GVB 1, Lijn E, Amstelstation, December 1950
Foto: Gemeentevervoerbedrijf
Gemeentevervoerbedrijf Amsterdam - Serie 1
Serie: 1
Type: Autobus
Aantal: 1 Stuks
Fabrikant: A.E.C. - Park Royal (aanpassing Verheul, Waddinxveen)
Chassistype: A.E.C. Regal Mark IV Underfloor
Motortype: A.E.C. 219 G Underfloor
Bouwjaar: 1948-1950
Lengte:circa 7,62 meter
Breedte: circa 2,03 meter
Hoogte:
Wielbasis:
Motorvermogen: 120 pk
Ledig gewicht: 8.500 kg
Maximale gewicht:
Versnellingsbak: pré selective
Passagiersindeling: 32-29
Nieuwprijs:
Voor de Westeuropesche markt liet AEC twee proefbussen bouwen van het Londonse busmodel RF met linkse besturing en deuren aan de rechter zijde. Eén van deze exemplaren reed enige tijd in Nederland. Deze AEC-proefbus was voorzien van een 6-cylinder dieselmotor, type A219.
In het najaar van 1949 kwam de bus naar Nederland en reed vervolgens van -12-1949 t/m -03-1950 onder het parknummer 96 op proef bij de HTM(provinciaal kenteken: H 86485) in Den Haag, waarna de wagen naar de Gelderse Tramwegen in Doetinchem, de GTW, ging om daar onder het nummer 360 eveneens proef te rijden. De bus reed daar van -07-1950 t/m -10-1950 in de lijndienst(provinciaal kenteken: M-31096).
Bij de HTM kreeg de bus overigens de minder vleiende bijnaam "de builenbus", vanwege de wel erg onhandig opgehangen bagagerek.
Eind 1950 werd de bus onder het nummer 1 ook een aantal maanden getest bij het GVB.
Hij was als eerste bus in Amsterdam voorzien van een lijnfilmkast, doch de richtingaanduiding vond nog steeds plaats dmv. zijkoersborden. De door de GTW ingehuurde proefbus, ontworpen als stadsbus, voldeed ook daar niet door het te krappe interieur.
Evenals de GTW en het Haagse vervoersbedrijf HTM (al eind 1952 met de bestelling van de serie 96-110) besloot ook het GVB over te gaan tot het bestellen van grote aantallen van dergelijke bussen met een Nederlandse carrosserie, waarmee het een zeer succesvolle proef voor de firma Kemper is geweest. De bus betekende voor het GVB de eerste kennismaking met de zogenaamde "underfloor-motor".
Volgens dat ontwerp zou in 1953 door notabele AEC zelf de eerste serie met die voorziening worden afgeleverd aan Amsterdm.
Bij het GVB reed de bus gedurende twee maanden op de drukste lijnen E en F.
Na afvoer ging de wagen terug naar de eigenaar in Schiedam(de firma Kemper en Van Twist). Van januari t/m maart 1951 reed de wagen vervolgens, eveneens onder het nummer 1 bij het stadsbusbedrijf GAB in Maastricht, waarna de wagen wederom terugging naar de dealer, waarvandaan de wagen terugging naar London in Engeland. Beide proefexemplaren, waaronder deze bus, kwamen uiteindelijk in het Noorse Stavanger terecht, waar de bussen tot hun buitendienststelling eind jaren vijftig dienstdeden.
| Indeling | ||||||||||||
| Busnr. | Aflevering | In Dienst | Op Lijn | Kenteken | Chassisnummer | Motornummer | Bouwnummer | Zit/Staanplaatsen | Gewicht | Buiten Dienst | Afvoerdatum | Afvoer naar |
| 1 | 20-10-1950 | 28-10-1950 | F | G 1042 | U-134976 | 9631E-699 | B34156 | 32/29 | 8500 kg | 00-12-1950 | 31-12-1950 | retour naar fa. Kemper en Van Twist, Schiedam |


