

AOM 190, Lijn DW, Leidscheplein, 1899.
Foto: verzameling René van Lier
Home > Tram > Paardentram > Serie > Serie 25(190-191)
Amsterdamsche Omnibus Maatschappij - Serie 190-191
Serie: 190-191
Type: groot dicht paardentramrijtuig
Bouwjaar: 1888
Fabrikant wagenbak: Beijnes
Lengte : 7530 mm (wagenbak met balkons)
Lengte : 4920 mm (wagenbak zonder balkons)
Lengte : 1305 mm (balkons)
Breedte: 2050 mm
Breedte: 2020 mm (over de hoekstijlen)
Hoogte:
Radstand: 1820 mm
Wieldiameter:
Gewicht :
Aanschafprijs :
Passagiersindeling : 20-20
Volgens een overeenkomst van 11 mei 1888 met Beijnes zouden de rijtuigen 190 en 191 met 20 zit- en 20 staanplaatsen worden uitgevoerd, waarbij dus de koetsier en conducteur weer meegeteld waren, zodat voor de passagiers de indeling 20-18 overbleef. De wagens waren vrijwel gelijk aan de 164.
Bij de bouw waren ze al van hoger geplaatste luifels voorzien, maar bezaten de kopraampjes. De remblokken zaten aan de binnenkant van de wielen.
Deze wagens waren bij aflevering in de nieuwe kleurstelling blauw met bruine panelen. De maatschappijnaam werd voluit op het onderpaneel gezet, eerst met grote letters over de gehele lengte en vervolgens met kleinere letters op drie regels in het midden.
Verder hadden ze langwerpige koersborden opzij op het dak en ronde op de kop van de luifels te plaatsen en voorts stonden er drie kortere borden opzij op het dak en kopborden in per lijn verschillende vorm en kleur.
Van 1888 tot 1894 stonden in plaats van de zijkoersborden reclameborden met de tekst "Van Houten's Cacao de beste - goedkoopste in gebruik"op het dak. Kort na de invoering hiervan kwam er één kort zijkoersbord midden op het bovenpaneel.
Na 1895 werd begonnen met het plaatsen van lichtopeningen met verwisselbare gekleurde glazen voor lijnaanduiding bij avond. Zij kwamen in de bovenpanelen rechts opzij, bij de reeds aanwezige lampen, die licht naar voren en naar achteren gaven door openingen in de kopschotten en tevens het inwendige van de rijtuigen verlichtten. De bel hing aan de rand van de luifel. Dit bleef zo, toen de luifels hoger werden gezet. Verder werden de wagens in de jaren 1890 van een formele plaatsindelingswijziging voorzien, waarbij het totaal nu 20-18 werd.
In 1900 kwamen de wagens in handen van de Gemeentetram Amsterdam(GTA). Van 1900 af werden op een aantal lijnen geen kopborden meer gebruikt, maar een klapbord dwars midden op het dak.
Bij de Gemeentetram werden al snel een aantal paardentramwagens provisorisch in gebruik genomen als elektrische bijwagen. Deze wagens werden provisorisch als aanhangrijtuig gebruikt, waarbij zij wel van koppelingen werden voorzien, maar bijvoorbeeld nog niet van elektrische verlichting. Deze wagens reden sindsdien afwisselend als bijwagen en als paardentram in de dienst. Een definitieve wijziging tot elektrische bijwagen vond later plaats.
Uiteindelijk werden deze wagens 190-191 uit deze serie in 1904 gelijk verbouwd tot elektrische bijwagen. Hierbij kregen de wagens elektrische verlichting en elektrische schelgeleidingen. Het ging ook om het aanbrengen van elektrische koppelingen, het vervangen van de kettingen op de balkons door afsluithekjes, het aanbrengen van nieuwe treeplanken, het aanbrengen van betaalkleppen in plaats van schuifjes voor het bedienen van de reizigers op het voorbalkon vanuit het middengedeelte van de wagens.
In 1905 werden de wagens voorzien van een elektrische rem(solenoïderem) en in augustus 1911 werden de wagens bij Werkspoor voorzien van een nieuw onderstel.
In 1914 werden ook een luchtfluit geplaatst vanwege het invoeren van fluitsignalen ter waarschuwing van de conducteur in de motorwagen die deze weer doorgaf aan de bestuurder van de motorwagen. Die fluitsignalen waren zelfs tweetonig in verband met het rijden met twee bijwagens, elk met zijn eigen toon, de tweede met de laagste. De bijwagens kregen tevens een solenoïderem. Het elektrisch remmen was in die dagen van rustig verkeer nog een uitzondering. Als een bestuurder daartoe overging, moest hij dat speciaal in zijn dagrapport zetten.
Na 1912 werd een tweede nieuw nummerschema door de GTA geïntroduceerd voor de elektrische paardentrambijwagens, waarbij de dichte wagens werden vernummerd in de reeks 501-562. Rijtuig 190 en 191 werden hierbij in 1913 resp. 1919 vernummerd in 511 en 512. Voor het verdere verloop bij deze wagen verwijzen wij u naar het serieblad 51(serie 501-562)
In hun hele loopbaan hebben de wagens 190 en 191 slechts op een beperkt aantal paardentramlijnen dienst gedaan,tw.:
Door de ligging van de wisselplaatsen kon lijn DH (Dam - Haarlemmerplein, gereden vanuit de remise Droogbak) niet frequent rijden, zodat men grotere eenheden moest inzetten. Toen men rond 1888
geleidelijk begon het imperiaalmaterieel af te stoten, kwamen de nieuwe grote wagens 164, 177, 178, 190 en 191 daarvoor in de plaats, evenals de verbouwde 68. De wagens kwamen al snel in dienst op dienstwagen 1 en 5 op lijn DH
In de zomer van 1893 waren de wagens nog steeds als dienstwagen 1 en 5 op lijn DH onderweg, die vanaf 1892 nu vanuit de remise Brouwersgracht werd geëxploiteerd. Op lijn DH was het jarenlang gebruikelijk om maandelijks de volgorde van de indeling van het materieel te wijzigen, waarbij dw 1 en 4, dw 2 en 5 alsmede dw 3 en 6 met elkaar van positie ruilden, zodat de 190 en 191 dus de ene maand als
dienstwagen 1 en 5 en de andere maand als dienstwagen 4 resp. 2 onderweg was.
In 1895 werd de tentoonstelling van het hotel- en reiswezen in Amsterdam gehouden, zodat alle grote paardentramwagens tijdelijk werden ingezet op lijn DW (Dam - Willemsparkweg), die werd gereden vanuit de remise Willemspark. De indeling was toen op lijn DW: 190, 177/71, 60, 178/72, 191, 68/73, 42, 67/74, 164. De 190 en 191 reden dus als vaste dienstwagen 1 en 5.
Na afloop in oktober 1895 gingen de meeste grote wagens weer terug naar lijn DH, echter de 190 en 191 bleven op hun vaste dienstwagens 1 en 5 rijden op lijn DW. In de zomer van 1900 reden de wagens nog steeds als dienstwagen 1 en 5 op lijn DW, waarbij de 191 in de zomer bij mooi weer werd vervangen door open wagen 83. Lijn DH werd op 28 december 1903 vervangen door de
elektrische tramlijn 2, waarna de wagens nog wat rondzwierven en al snel werden omgebouwd voor de elektrische dienst.
| Verbouwd tot Provisorisch |
Verbouwd tot | Laatste inzet | |||||||
| Wagennr. | Aflevering | In Dienst | Op Lijn | elektrische bijwagen | elektrische bijwagen | Buiten Dienst | op lijn | Afvoer op | Afvoer naar |
| 190 | - -1888 | - -1889 | DH | --- | -07-1904 | -05-1913 | -05-1913 | "Vernummerd tot GTA-aanhangrijtuig 511" | |
| 191 | - -1888 | - -1889 | DH | --- | -07-1904 | -03-1919 | -03-1919 | "Vernummerd tot GTA-aanhangrijtuig 512" |


