AOM 10, Lijnbaansgracht, omstreeks 1879
Foto: verzameling René van Lier

Home > Tram > Paardentram > Serie > Serie 3 (7-10)

Amsterdamsche Omnibus Maatschappij - Serie 7-10
Serie:
7-10
Type: Gesloten Paardentramrijtuig
Bouwjaar: 1876
Fabrikant wagenbak: Beijnes
Lengte :
5750 mm(wagenbak met balkons)
Lengte :
3690 mm(wagenbak zonder balkons)
Lengte :
1030 mm(balkons)
Breedte:
2010 mm
Hoogte:

Radstand:
1550 mm
Wieldiameter:

Gewicht :

Aanschafprijs :

Passagiersindeling :
16-12













Wagen 7 en 8 zullen de twee rijtuigen zijn geweest, die Beijnes op 10 november 1875 aanbood, overeenkomende met de reeds in dienst zijnde dichte rijtuigen, doch met een bak in grootte als de Franse (1-2) en inwendig afgewerkt als de Engelse (3-6), te leveren drie maanden na opdracht. Zij leken op de rijtuigen, die Beijnes later zou gaan leveren. De remblokken waren aan de buitenkant van de wielen geplaatst. Aan de balkonschermen waren rechte stangen zonder "oren" aangebracht en aan de bak handgrepen in een andere vorm dan later gebruikelijk werd. De wagens waren voorzien van langsbanken met elk plek voor 8 zittende reizigers en 7 reizigers konden een staanplaats vinden per balkon.
Op 1 augustus 1876 werd met Beijnes een overeenkomst gesloten voor twaalf rijtuigen, zes te leveren voor of op 1 oktober en zes voor of op 1 november 1876. Hiervan dienden twee wagens snel te worden geleverd, zodat wijzigingen, die nodig waren, in de overige konden worden aangebracht. De levering moet echter wat zijn opgeschoven, want in een in januari 1877 gesloten overeenkomst is sprake van "de op 9 november jl. geleverde 9 en 10".

Ondanks dat de wagens uiterlijk verschilden. De 7 en 8 hadden drie zijruiten en de 9 en 10 hadden zes zijruiten, worden deze beide deelseries als één serie in dit serieblad behandeld.

De wagens 7 en 8 waren nodig voor de frequentie-uitbreiding van de lijn Leidscheplein - Plantage (LPI), die op 2 mei 1876 van kracht werd. Omdat voor de dienst 8 wagens benodigd waren, was de reserve nihil en die werd opgelost door de op 9 november 1876 geleverde rijtuigen 9 en 10.

Eind jaren 1870 werden de remblokken bij de wagens naar de binnenkant verplaatst en eveneens op een later tijdstip werden de stangen en handgrepen aangepast aan de later geleverde series.

De gewone dichte wagens hadden aanvankelijk 16 zitplaatsen, maar in november 1880 besloot men om gedurende het winterseizoen, van 1 oktober tot 1 mei, als de reizigers dikkere kledij droegen, dit aantal op 14 te brengen. Over het bordje dat melding maakte van de 16 zitplaatsen werd een bordje gehangen dat melding van dat winters gebeuren maakte. Later werd het aantal zitplaatsen bij deze serie definitief op 14 gebracht en aantal staanplaatsen bleef 10, hetgeen verdeeld was in 5 staanplaatsen per balkon.

Omstreeks 1882 werden de zes kleine zijruiten in de wagens 9 en 10 vervangen door drie grote exemplaren.

In de periode 1880-1883 waren de rijtuigen voor iedere lijn in specifieke kleuren geschilderd: bruin/geel, bruin, blauw, geel, groen/zwart, grijs, groen, rood.
Voor zover deze kleuren bekend zijn, worden zij bij de afzonderlijke serie genoemd. Welke kleuren de overige wagens hadden, weten wij niet.
Vanaf 1883 af werden de rijtuigen blauw met bruine panelen. De maatschappijnaam werd voluit op het onderpaneel gezet, eerst met grote letters over de gehele lengte en vervolgens met kleinere letters op drie regels in het midden.
Voor 1880 was men al begonnen langwerpige koersborden opzij op het dak en ronde op de kop van de luifels te plaatsen. In 1883 kwamen er drie kortere borden opzij op het dak en kopborden in per lijn verschillende vorm en kleur.
Van 1888 tot 1894 stonden in plaats van de zijkoersborden reclameborden met de tekst "Van Houten's Cacao de beste - goedkoopste in gebruik"op het dak. Kort na de invoering hiervan kwam er één kort zijkoersbord midden op het bovenpaneel.

Het reizend publiek bekeek de trams op zijn eigen wijze en had blijkbaar ontdekt dat de oudste wagens, de 1-10, naar zijn oordeel althans, niet meer je dàt waren. De AOM reageerde op die klachten door ze over te schilderen en hun wagennummers 1-10 te vervangen door 180-189, een stunt die het publiek kennelijk niet door had: speciale klachten over deze voertuigen bleven achterwege...

In 1888 werden de 7-10 dus, zoals hierboven beschreven, vernummerd in 186-189.


AOM 189, Lijn DH, Damrak, ca. 1893.
Foto: verzameling Tim Castrcium.

Omstreeks 1895 werden de luifels(van het Beijnes-model) hoger geplaatst, de kopraampjes bij het dak verwijderd en lijnkleurlichten opzij gemonteerd. De stangen tussen de balkonschermen en de luifels zullen bij deze gelegenheid zijn verwijderd, als dit niet reeds eerder was gebeurd. Tevens werden regenlijsten bovenaan de bak gemaakt en hierboven een rond de bak en de luifels doorlopende lijst aangebracht. Iets later werd begonnen met het plaatsen van lichtopeningen met verwisselbare gekleurde glazen voor lijnaanduiding bij avond. Zij kwamen in de bovenpanelen rechts opzij, bij de reeds aanwezige lampen, die licht naar voren en naar achteren gaven door openingen in de kopschotten en tevens het inwendige van de rijtuigen verlichtten. De bel hing aan de rand van de luifel. Dit bleef zo, toen de luifels hoger werden gezet.

In 1900 kwamen de wagens in handen van de Gemeentetram Amsterdam(GTA). Bij de GTA werd andermaal de plaatsindeling gewijzigd in 14-10, waarbij nu op beide balkons 5 staanplaatsen werden toegestaan. Deze bijwagens reden tot hun afvoer uitsluitend als paardentramwagen en kwamen niet meer in aanmerking voor de dienst achter de elektrische tramwagens.
Van 1900 af werden op een aantal lijnen geen kopborden meer gebruikt, maar een klapbord dwars midden op het dak.

In 1906 werden de 186, 188 en 189 verkocht aan de RTM (Rotterdamsche Tramweg Maatschappij) voor de dienst op de paardentramlijn Hoorn-Enkhuizen. Zij werden hierbij veranderd voor het 1000-mm spoor van de lijn en met stoven uitgerust. Ze kregen tevens de nieuwe parknummers 8-10 toebedeeld. Zij kregen stangen van de balkonschermen naar de luifels, zonder verwijdering van de "oren". Volgens de RTM boden deze rijtuigen 30 plaatsen, vermoedelijk 16 zit- en 14 staanplaatsen.
De wagens waren voorzien van reclame voor Simplex-rijwielen. In 1911 kwamen er reclameborden "Ferwerda & Tieman" op het dak en een opschrift "Bervoets Schoeisel" of "Bervoets Schoenen" in verschillende uitvoeringen op de balkonschermen van de RTM-trams te staan. Welke variant deze twee wagens hebben gehad is onbekend.
De tramverbinding Hoorn-Enkhuizen liep van de Roode Steen(hoek Grote Noord) door de binnenstad van Hoorn tot het Snouck van Loosenpark nabij het spoorwegstation van Enkhuizen. Tussen deze steden werd de straatweg van Hoorn naar Enkhuizen gevolgd (Hoorn - Westerblokker - Oosterblokker - Westwoud - Hoogkarspel - Lutjebroek - Grootebroek - Bovenkarspel - Enkhuizen). In 1911 werden dagelijks 7 retourritten gemaakt, op zaterdag en zondag 8. Hiervoor had men dus vanaf 1906 10 wagens, waaronder 9 wagens overgenomen van de Gemeentetram Amsterdam. In de Eerste Wereldoorlog werd de exploitatie steeds moeilijker, onder meer doordat de foerage van de paarden steeds duurder werd. Op 31 december 1917 reed de laatste paardentram, en in 1924 waren de laatste restanten van het tramspoor opgeruimd. Het materieel werd in 1918 gesloopt.

In 1906 werden de 187 gesloopt.

In hun hele loopbaan hebben de paardentramwagens 7-10(later 186-189) slechts op een beperkt aantal paardentramlijnen dienst gedaan:
De dienst met de wagens 1-10 uit 1875-1876, waartoe ook deze wagens 7-10 behoren, begon op 03-06-1875 met de dienst op lijn LPI(Leidsche Plein - Plantage). Deze lijn reed vanaf de Lijnbaansgracht(Leidscheplein) via de route Weteringschans - Frederiksplein - Sarphatistraat - Weesperplein - Weesperstraat - Nieuwe Kerkstraat naar de Plantage Kerklaan(Middenlaan). De wagens stonden gestald in de remise Kantongerecht en vanaf augustus 1877 in de remise Stadhouderskade. De paarden, afgezien van de nachtpaarden, stonden in de stallen aan de Plantage Muidergracht. De dienst ging van start met 2 dienstwagens in een 30-minuten-frequentie. Op 14-06-1875 moest dit worden opgeschroefd naar een 20-minuten-dienst met 3 wagens. Per 02-05-1876 werd de dienst verder fors uitgebreid naar een 7-minutendienst, waarvoor 8 wagens benodigd waren.
In 1883 werd het materieel op lijn LPI vervangen door de juist afgeleverde wagens 103-111 en vanaf 16-06-1883, bij de terugkeer naar de Dam, kwamen de wagens 1-10 op lijn DV(Dam - Vondelstraat) te rijden, die vanuit dezelfde remise werd geëxploiteerd. In 1888 werden de wagens vernummerd en werden daarna voornamelijk gebruikt op lijn DSS(Dam - Station Rhijnspoor, vanaf 1890 Weesperpoort). De wagens stonden gestald in de remise Roetersstraat. De 182-184 waren de vaste dienstwagens en de 185-187 waren de reservewagen, die uitsluitend in dienst kwamen tijdens een defect van één van de andere wagens. Zodra deze gerepareerd was, kwam die weer op zijn vaste plek in dienst en ging de reservewagen uit de deelserie 185-187 weer op reserve. De 188 en 189 waren in 1893 inmiddels in gebruik als reservewagen voor de lijn Leidscheplein - Haarlemmerplein (LH), die gestald stond in de remise Stadhouderskade en vanaf medio 1892 in de remise Brouwersgracht. In 1900 waren de 186-188 inmiddels in gebruik als reservewagen voor de lijn DSS. De 189 was toen in gebruik als reservewagen voor lijn DH(Dam - Haarlemmerplein), die gestald stond in de remise Brouwersgracht. De 183-185 waren toen de vaste wagens voor lijn DSS. Op 01-01-1904 werd lijn DSS opgenomen in lijn DS, die in maart 1904 geëlektrificeerd werd tot tramlijn 11, waarmee vermoedelijk de wagens 182-1888 werden buiten dienst gesteld. Lijn DH werd reeds op 17-07-1902 opgevolgd door de elektrische tramlijn 5, waarmee vermoedelijk het doek viel voor wagen 189.

Laatste inzet
Wagennr.   Aflevering    In Dienst Op Lijn Vernummerd     in Buiten Dienst         op lijn    Afvoer op Afvoer naar
        7      -02-1876      -05-1876     LPI      -    -1888       186      -    -1904(?)       CW       -07-1906 Rotterdamsche Tramweg Maatschappij (nr. 8)
        8      -02-1876      -05-1876     LPI      -    -1888       187      -    -1904(?)       DSS       -     -1906 gesloopt
        9  09-11-1876      -11-1876     LPI      -    -1888       188      -    -1904(?)       DSS       -07-1906 Rotterdamsche Tramweg Maatschappij (nr. 9)
      10  09-11-1876      -11-1876     LPI      -    -1888       189      -    -1902(?)       LH       -07-1906 Rotterdamsche Tramweg Maatschappij (nr. 10)









                 






Traminfo.nl © 2003-2015 | Contact  | Colofon | Disclaimer | Links